Verantwoord keuzes maken over de merkstrategie

Een merkarchitectuur zonder wildgroei, met heel verschillende merken
Joop Maas

Auteur

17-08-2023

Publicatiedatum

Zonder duidelijk beleid kan er een wildgroei aan merken en labels ontstaan. Elk product, project of programma gaat dan met een eigen naam en logo ‘de boer op’. Meestal vanuit de gedachte dat het ‘stevig in de markt gezet’ moet worden. Het is maar de vraag of zomaar weer een nieuw logo daaraan bijdraagt. Soms werkt het juist contraproductief, is het verwarrend en vraagt het investeringen die niet te verantwoorden zijn. Maak weloverwogen keuzes als het om de merkstrategie en merkhiërarchie gaat. Een afwegingskader dat antwoord geeft op de vraag of er wel of geen nieuw merk nodig is, helpt daarbij. Ook als er al een compleet merkenlandschap ontstaan is. Bovendien: een bewuste keuze voor een merkstrategie leidt ook meteen tot duidelijkheid  over de in te zetten kanalen en middelen voor ieder merk.

Zodra een programma, project, product of dienst tot externe communicatie leidt, ontstaat de welhaast automatische behoefte aan een ‘nieuw merk’. Wat daar in de meeste gevallen mee bedoeld wordt, is dat er een naam en een beeldmerk nodig zijn: ‘ik ben, dus ik besta’. Maar met een naam en logo staat er nog geen merk. Om een merk te maken, moet het lading krijgen. Want een merk wordt gevormd door een web aan associaties in het brein van de klant (bedrijfsleven), cliënt (zorg), leerling/student (onderwijs) of burger (overheid). Bouwen aan een merk vraagt van tevoren een aantal afwegingen. Eén van de belangrijkste: welke associaties moeten er bij de doelgroep gaan ontstaan? En: heb ik daar in dit geval een eigen naam en/of label voor nodig, of zijn daar in ons huidige merkenlandschap andere of zelfs betere mogelijkheden voor?

 

Welke merkstrategie toepassen?

Bij het NRO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) ontstaat deze vraag regelmatig. Het NRO financiert onderwijsonderzoek en stimuleert het gebruik van onderzoeksresultaten in het onderwijs. Vanwege hun veelheid aan diensten, die zich soms op heel verschillende doelgroepen richten in en rondom het onderwijs, voert het meerdere labels. Sommige onder de vlag van NRO en soms met weinig tot geen relatie tot het ‘moedermerk’. Dat geldt ook voor een aantal programma’s, die soms ook met samenwerkingspartners worden opgepakt. Wat de vraag oproept hoe ‘het merk NRO’ hiermee om moet gaan. BOOM ontwikkelde hiertoe een ‘afwegingskader’. Aan de hand van een aantal vragen waarop het antwoord steeds ‘ja’ of ‘nee’ kan zijn, komt vanzelf naar voren welke merkstrategie in die specifieke situatie gewenst is en wat dit betekent voor de samenhang met het ‘corporate brand’ NRO. Het afwegingskader schept dus duidelijkheid over de toe te passen merkenhiërarchie.

 

Van monolitisch tot single branded

In het ontwikkelen van dit afwegingskader benutten wij onder meer inzichten uit het brand relationship spectrum en het Brand BASICS-model, die beide ingaan op de relatie van een zogenoemd ‘productmerk’ ten opzichte van een ‘corporate merk’. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Er zijn verschillende manieren om die samenhang in te richten:

  • Monolitisch: alle communicatie vindt plaats vanuit één herkenbaar (moeder)merk. Denk aan een merk als IKEA.
  • Semi-monolitisch: aan het corporate merk worden extra merk-entiteiten toegevoegd, zoals een divisienaam of een productnaam. Zo ontstaan er – met het corporate merk als vertrekpunt – samenhangende merken. Albert Heijn met het Albert Heijn-huismerk bijvoorbeeld. Of Google, met onder meer Google Maps en Google Play.
  • Endorsed: hier is sprake van een gecombineerde afzenderstrategie. Een hoofdmerk, doorgaans het productmerk dat op de voorgrond treedt, krijgt dan extra lading door de connectie met het corporate merk. De merken ondersteunen elkaar. De combinatie van het productmerk ‘Magnum’ in combinatie met het moedermerk ‘Ola’ bijvoorbeeld. Of de elektrische auto’s van ‘Polestar’, die verbinding hebben met moederconcern ‘Volvo’.
  • Multi-branded: bij deze merkstrategie treden productmerken nog nadrukkelijker zelf op de voorgrond. De relatie met het corporate merk is slechts die van een afzender. Denk aan de zuivelproducten van Campina, Friesche Vlag en Optimel, die FrieslandCampina op de markt brengt.
  • Single branded: bij deze merkbasis is de relatie van het productmerk tot het corporate merk niet of nauwelijks zichtbaar. Dat is niet nodig, omdat deze merken zich richten op heel specifieke doelgroepen en daardoor geen onderlinge samenhang hebben. Multinationals zoals Unilever, passen deze strategie vaak toe. Ook Procter & Gamble is hier een voorbeeld van, met merken als Head & Shoulders, Pampers, Gillette, Max Factor en Lacoste.

 

Merkarchitectuur volgens het Brand BASICS-model van Boer

Een organisatie kan één of meerdere merken voeren. Indien er meer dan één merk in het merkportfolio is opgenomen, is het van belang de onderlinge samenhang van de verschillende merken vast te stellen, oftewel de merkarchitectuur. Met een uitgewerkte merkarchitectuur is de toepassing van merken voor de eigen organisatie uit te leggen, zijn merken eenduidig extern te profileren en is een duidelijke afzenderstrategie te hanteren. Het Brand BASICS-model van Boer (2002) biedt hiertoe een overzichtelijk framework.

 

Meerdere merkstrategieën tegelijk toepassen

Een organisatie kan meerdere marktstrategieën tegelijk toepassen. Dat is onder meer afhankelijk van de diversiteit aan producten of diensten dat de organisatie aanbiedt, het soort doelgroepen dat daarmee bediend wordt en de meerwaarde van wel of geen duidelijke connectie met de moederorganisatie. Bij NRO leidt het afwegingskader nu tot bewuste en verantwoorde keuzes om wel of geen merk te (gaan) voeren. Heel vaak blijkt dat een nieuw initiatief, project of programma uitstekend past in de monolitische of semi-monolitische benadering. Daarbij kan dan gewoon gebruik gemaakt worden van de bestaande communicatiemogelijkheden van NRO; er zijn geen nieuwe kanalen en middelen voor nodig om het aan de man te brengen. Geen andere website of eigen nieuwsbrief dus en zeker geen nieuw logo.

Is een initiatief gericht op doelgroepen die niet als vanzelfsprekend vanuit het moedermerk NRO worden bediend, dan kan de noodzaak er wél zijn om een apart merk te voeren. De consequentie is dan dat de communicatie daarvan plaatsvindt via eigen kanalen en middelen. Het merk ‘De Kennisrotonde’ is daar een voorbeeld van. Daarmee daagt NRO leraren in het primair onderwijs en docenten in het voortgezet onderwijs uit om praktijkvragen te stellen, waar kennismakelaars van de Kennisrotonde vervolgens vanuit beschikbaar wetenschappelijk onderzoek antwoord op geven. Een specifiek soort dienstverlening dus, dat zich richt op specifieke doelgroepen. Het productmerk ‘De Kennisrotonde’ is de op de doelgroepen afgestemde laagdrempelige ingang voor deze dienstverlening. Effectiever dan als die ingang meteen het ‘institutionele’ NRO zou zijn. Een endorsed strategie is hier dus passend.

In de merkhiërarchie van NRO is ook plaats voor een multi-branded merkbenadering. Zo profileert het merk Onderwijskennis.nl zich op een eigen, onderscheidende manier. Het door NRO geïnitieerde Onderwijskennis.nl is namelijk bedoeld als onafhankelijke, centrale plek voor kennis van en voor het onderwijs. Onderwijsprofessionals vinden hier wetenschappelijke kennis en inzichten, die worden aangedragen door uiteenlopende onderwijs- en onderzoekinstellingen. Omdat NRO slechts één van die aanbieders is, druist een te nadrukkelijke NRO-profilering in tegen het doel van dit platform.

 

Niet elk product, project of programma hoeft per se met een eigen naam en logo ‘de boer op’.

 

Wildgroei voorkomen

Dat er voor één organisatie zoals NRO meerdere merkstrategieën nodig kunnen zijn, geeft aan dat er goed beargumenteerd te werk gegaan moet worden bij het neerzetten van een merkenhiërarchie. Een wildgroei aan merken en labels die zomaar ontstaan, moet voorkomen worden. Niet elk product, project of programma hoeft per se met een eigen naam en logo ‘de boer op’, blijkt nu in de dagelijkse praktijk bij NRO. Maar soms is dat dus wel nodig of zelfs noodzakelijk. Het afwegingskader dat bij hen in gebruik is helpt nu bij het maken van weloverwogen keuzes hierover. Naast dat dit houvast en duidelijkheid biedt, vergroot dit de effectiviteit van zowel het corporate brand NRO als de productmerken.

Bekijk ook deze onderwerpen

Bekijk het volgende project

Regie loslaten geeft grip op kansengelijkheid

Waar je woont en leeft zou niet van invloed moeten zijn op je ontwikkeling en kansen. Toch is dat...