Inclusief communiceren: hoe doe je dat?

Het kompas voor inclusieve communicatie
Inclusieve communicatie gaat veel verder dan woord- en beeldkeuze. Het gaat om het onderliggende proces van communiceren. De meeste handboeken over professionele communicatie beschrijven communicatie als een lineair proces: van zender naar ontvanger. Maar het is veel waardevoller om communicatie te zien als een circulair en wederkerig proces. Om de focus te verleggen van bereik naar verbinding. Om te spreken van belanghebbenden in plaats van doelgroepen. En om overeenkomsten te zoeken zonder de verschillen uit het oog te verliezen.

De Nederlandse bevolking wordt steeds diverser. Het Kennisplatform Inclusief Samenleven publiceerde daarom in 2019 een kompas dat richting geeft aan inclusieve communicatie. Het is een extra schil om de ‘standaard’ communicatiestappen heen en verankert inclusiviteit in het proces. Het kompas bestaat uit vier stappen: bewust worden, lokaliseren, overeenkomsten vinden en verschillen erkennen. De grijze cirkel in het kompas geeft de ‘standaard’ stappen van communicatie aan die – ondanks dat ze hier circulair afgebeeld zijn – een lineair proces vormen. De groene cirkel is het inclusieve proces. Beide cycli moeten worden doorlopen om optimaal en inclusief te communiceren.

 

 

1. Bewust worden van eigen positie

De eerste stap is het bewust worden van je eigen positie en aannames. De manier waarop je naar de wereld en andere mensen kijkt beïnvloedt ook de manier waarop je communiceert. Tegelijkertijd hebben anderen ook een beeld van jou gebaseerd op bijvoorbeeld je functie, je houding en vanuit waar je communiceert. Om inclusief te communiceren is het daarom van belang je allereerst bewust te zijn van deze factoren.

 

2. Lokaliseren van belangen

De tweede stap is het lokaliseren van belangen en belanghebbenden. Lokaliseren gaat om het benoemen van de specifieke belangen van de ontvangende partij én de zendende partij. Zoals van Hal beschrijft: “Inclusief communiceren betekent niet dat je iedereen wilt bereiken, maar dat je je gericht wil verbinden met diegenen die belang bij (de oplossing van) het vraagstuk hebben.” Bij het lokaliseren sta je stil bij wie deze belanghebbenden zijn (direct én indirect, extern én intern), wat hun behoeften en belangen zijn, de rol van deze belanghebbenden in het communicatieproces en op welke achterliggende kwestie(s) het communicatievraagstuk zich richt.

Er wordt bewust in termen van belanghebbenden gepraat versus doelgroep. Bij doelgroep houd je eerder de lineaire communicatie van zender naar ontvanger in stand, met je eigen doel voor ogen. Terwijl bij belanghebbenden de overeenkomsten en verschillen in belangen leidend in de manier van communiceren zijn.

 

3. Zoeken naar overeenkomsten

Na het lokaliseren van belangen en belanghebbenden ga je zoeken naar de overeenkomsten tussen deze belanghebbenden. Hierbij vraag je jezelf af wat overeenkomstige behoeften én belangen zijn en wat de gedeelde (deel)identiteiten zijn waarop belanghebbenden aangesproken kunnen en willen worden. Gaat het bijvoorbeeld over de deelidentiteit ‘ouders’, of ‘buurtbewoners’? Wat zijn gedeelde ervaringen tussen de verschillende belanghebbenden, onafhankelijk van leeftijd, sekse, culturele achtergrond?

 

4. Erkennen van verschillen

De vierde en laatste stap is het erkennen van verschillen. De kern van inclusiviteit is het voorkomen van onbedoelde uitsluiting. Breng dus ook, naast de overeenkomsten, de verschillen in kaart die mogelijk tot deze uitsluiting kunnen leiden. Zijn er bijvoorbeeld bepaalde woorden, beelden of symbolen die gevoelig liggen? Het kompas stimuleert je na te denken over verschillen in behoeften en belangen tussen belanghebbenden. Welk van deze verschillen doen er toe? Hoe houd je rekening met deze verschillen?

“Door samen te werken met de mensen die belang hebben bij het betreffende communicatievraagstuk, ontstaat gevoeligheid voor wat er voor hen toe doet. De verschillende belangen die spelen zijn van invloed op het communicatieproces en de communicatieboodschap(pen).”

Lineke van Hal Aateur van 'Kompas voor inclusieve communicatie'

Een goede leidraad

Deze vier stappen vormen een goede leidraad voor het opstellen van een inclusief communicatieplan. Om tussentijds te kunnen bijsturen is het van belang regelmatig te evalueren. Kloppen je aannames nog? Heb je nog steeds met dezelfde belanghebbenden te maken? Zijn er mogelijk andere overeenkomsten of verschillen ontstaan? We communiceren in dynamische situaties onderhevig aan maatschappelijke ontwikkelingen. Dat vereist een flexibele houding om zo succesvol mogelijk inclusief te communiceren.

De volledige beschrijving van het kompas en tips voor toepassing in de praktijk zijn te lezen in de handreiking: Kompas voor inclusieve communicatie | KIS