Archief

DE VELE PLUSPUNTEN VAN ELEKTRO

De instroom bij technische opleidingen en beroepen staat onder druk in Nederland. Ook in Zuidwest-Nederland. Terwijl de markt vraagt om een goede beschikbaarheid van gekwalificeerde bètatechnici, heeft het middelbaar beroepsonderwijs te kampen met een terugloop in aanmeldingen voor technische opleidingen. Vooral op middenkaderniveau zijn afgestudeerden nodig. De Vrienden van Elektro Zeeland lanceerden daarom de imago- en wervingscampagne ‘Jij plus Elektro' gestart, waarmee jongeren te interesseren zijn voor elektrotechnische opleidingen en beroepen.

Veel technische opleidingen en werkgevers in Nederland spreken met de huidige wervingsactiviteiten slechts een zeer beperkt deel van de jongeren aan. Dat komt omdat er geen aansluiting wordt gevonden op de interesses van grote groepen jongeren. De Vrienden van Elektro Zeeland, een samenwerkingsverband tussen diverse elektrotechnische bedrijven en opleidingen, wil hier op regionaal niveau verandering in brengen. BOOM ontwikkelde eerder al verschillende wervingscampagnes waarbij inzichten uit het BètaMentality-model werden toegepast. Mede geïnspireerd door deze campagnes vatte de vereniging het plan op een aanvullende campagne te starten waarmee de instroom bij elektrotechnische bedrijven is te vergroten.

Met het in opdracht van Platform Betatechniek ontwikkelde BètaMentality-model zijn jongeren te segmenteren naar interesses. Het model biedt handvatten waarmee voorlichtings- en wervingsactiviteiten effectief op verschillende groepen jongeren zijn in te richten. Het deelt jongeren in binnen vier BètaMentality-milieus. Met deze segmentatie is in één oogopslag te zien hoe jongeren staan tegenover bèta en techniek. Technische mbo-opleidingen trekken nu vooral jongeren die volgens het model te typeren zijn als ‘Concrete Bèta's'. Die jongeren hebben een intrinsieke motivatie en zijn van nature al graag bezig met techniek. Doordat opleidingen en werkgevers zich eenzijdig op ‘Concrete Bèta's' richten, worden jongeren uit andere milieus ongemerkt buitengesloten. In principe vinden veel jongeren techniek wel interessant, maar door de vooroordelen (o.a. ‘in de techniek krijg je vieze handen', ‘het is slecht betaald werk‘, ‘draadjes knopen') en door onbekendheid, zien ze het bijna nooit als hun eigen toekomst.

De strategie van de campagne ‘Jij plus Elektro' is gericht om het werkgebied ‘elektro' breed te presenteren bij jongeren in de leeftijd van 15 tot 35 jaar. Door de brede presentatie worden de aantrekkelijke aspecten van het werk voor het voetlicht gebracht. Het beperkte beeld van het werkveld Elektro is op deze wijze om te buigen. Vooroordelen worden genuanceerd en weggenomen. De te communiceren ‘benefits' kunnen intrinsieke en extrinsieke motieven vormen voor de doelgroep om te kiezen voor een baan of opleiding binnen het werkveld ‘elektro'. De brede presentatie van het werkveld komt onder andere tot uiting in de visuele thematiek van de campagne. Centraal hierin staat een beeldmerk dat is te voorzien van een groot aantal specifieke ‘pluspunten'. Op deze wijze kan het beeldmerk drager zijn van diverse boodschappen. Doordat er een brede range cijfers voor de pluspunten is gebruikt, wordt op visuele wijze onderstreept dat de elektrobranche heel veel te bieden heeft. Het gehele karakter van de thematiek is positief, wat wordt benadrukt door de plus in de ‘o' van ‘Elektro'.

De campagne is inzetbaar voor zowel onderwijs als bedrijfsleven en richt zich met name op jongeren die willen en kunnen werken op mbo niveau-4. Het beeldmerk is bewust zo opgezet dat het eenvoudig door de participanten zelf te gebruiken is binnen hun eigen communicatie. Om dat te stimuleren, is er een toolbox samengesteld. Daarin vinden deelnemende bedrijven het beeldmerk, teksten, internetbanners en grafische labels. Deze materialen zijn door de deelnemende bedrijven te gebruiken in communicatie-uitingen zoals projectborden, het wagenpark, advertenties, websites en nieuwsbrieven. Daarnaast is de centrale website www.jijpluselektro.nl gelanceerd waar informatie is te vinden over het werkveld.