[Wil je eerst meer weten over kunstmatige intelligentie? Lees dan ook deze artikelen over de opkomst van AI en hoe we kunnen omgaan met AI.]

 

Niet alleen de vieze klusjes

Sinds het begin van de industrialisering is het uitfaseren van ‘overbodige’ banen al onderdeel van onze samenleving. Over de jaren namen automatisering en robotisering vooral de zogenoemde ‘3D’-taken over. Oftewel de banen die gevaarlijk (Dangerous), vies (Dirty) en / of saai (Dull) waren. Veelal baantjes, die we toch liever niet doen. Maar met de opkomst van AI staan ook creatieve en kennis­gerichte banen onder druk. Banen waar wij mensen wél voldoening uit halen: de ‘Dear’­-banen. McKinsey schrijft dat generatieve AI de potentie heeft om tot 2030 tot wel 30% van alle huidige taken te vervangen. Zulke scenario’s roepen existentiële vragen op. Wat wordt de rol van werk in de toekomst? Wat doen we als werk dat ons intrinsiek motiveert dreigt te verdwijnen? Wat is mijn rol en meerwaarde als mens?

 

De prikkel van de werkgever

Hoe werkgevers omgaan met AI en het vervangen van taken, hangt onder andere af van strategische belangen en financiële motivaties. De ene organisatie zal inzetten op efficiëntere processen of kostenreductie en daarmee mogelijk ook een vermindering in het personeelsbestand. Terwijl voor een ander juist een verfijning van processen, effectievere productie of verhoogde capaciteit juist grotere meerwaarde heeft. Maar ongeacht de toepassing, organisaties (lees: werkgevers) zullen prikkels hebben of door concurrentie genoodzaakt worden om mee te gaan in een technologische ontwikkeling van deze omvang. De impact verschilt van markt tot markt én van taak tot taak. Zo lopen banen in sectoren zoals servicediensten, voedselvoorziening en algemene productie naar verwachting het meeste risico om vervangen te worden. Maar ziet men in sectoren zoals de zorg met name nieuwe kansen.

 

Een ‘evolutionaire’ voorsprong

Van nature heeft AI meerdere eigenschappen waarin het ‘superieur’ is aan ons als simpele mens. In de paper ‘Natural Selection favors AI over Humans’ beargumenteert Dan Hendrycks (Directeur van het Centre of AI Safety) dat AI’s volgens de principes van het Darwinisme een evolutionair voordeel hebben. ‘Survival of the fittest’ geldt namelijk niet alleen in het dierenrijk. Dat zien we keer op keer terug bij organisaties die weggeconcurreerd of -geïnnoveerd worden omdat ze een verkeerde strategie kozen. Darwinisme is dus toepasbaar op andere domeinen.

De mens ‘niet perfect’ noemen is natuurlijk een understatement. We hebben allerlei gebreken waar een AI niet mee te maken heeft. Een AI kan vele malen meer informatie verwerken, sneller iteraties van zichzelf opvolgen en nieuwe variaties proberen. Deze variaties zijn ook nog eens beter in staat om learnings van zichzelf én andere AI’s te onthouden. En een AI hoeft natuurlijk niet te slapen en heeft geen behoefte aan drie weken strandvakantie op Mallorca.

AI kan dus sneller en meer leren, is sneller in de uitvoering, heeft een hogere consistentie van kwaliteit en is doorlopend inzetbaar. Tegelijkertijd kan AI zowel software als hardware upgraden om de potentie te blijven vergroten. Terwijl wij aangewezen zijn op dit ene brein dat we hebben, dat ook nog eens beperkte capaciteit heeft om te leren en te onthouden.

 

Menselijke vs. Kunstmatige intelligentie

Toch is er ruimte voor onze menselijke kwaliteiten in de kunstmatige toekomst. In een eerder artikel beargumenteerde ik al dat je kunstmatige intelligentie en menselijke intelligentie niet één op één met elkaar kunt vergelijken. We zeggen immers ook niet dat een auto beter is in rennen dan wij omdat het meer kilometers per uur haalt. Kunstmatige intelligentie is aangeleerde intelligentie.

Interactie met AI kan overkomen alsof de AI op eenzelfde manier als wij denkt, maar het is simpelweg een functionele imitatie van menselijk denken. Een AI kent de woorden (of de informatie), maar heeft er geen beleving bij. Wij mensen hebben een veel dieper vermogen om informatie te verwerken. We kunnen anticiperen, dromen, voorstellen, betekenis geven en een bredere samenhangende context doorzien. Dat zorgt ervoor dat we abstract kunnen denken en dat we ook werkelijke, complexe situaties héél context-specifiek kunnen doorgronden. Zaken waar kunstmatige intelligentie (vooralsnog) slecht in is. Het is daarom heel voorstelbaar dat AI ons niet gaat vervangen, maar vooral onze mogelijkheden zal verrijken.

 

De positieve kant van AI

Het is niet te ontkennen dat (generatieve) AI óók positieve invloed zal hebben. Zo heeft generatieve AI de potentie om het wereldwijde BNP te verhogen met 15 tot 40%. Ook zal toepassing van AI zorgen voor geheel nieuwe banen en rollen, waarvan we nu nog geen duidelijk begrip hebben. Historisch gezien creëert nieuwe technologie namelijk méér banen dan dat het overneemt. Denk alleen al aan de hoeveelheid banen die er nu zijn puur als gevolg van (ons gebruik van) het internet. AI heeft dus ruime potentie om nieuwe banen te creëren en ook specialistische, moeilijke (Difficult) taken vereenvoudigen. Zo kan AI complexe taken vereenvoudigen en specialistische kennis toegankelijker maken.

 

Onze krachten als mens

Nu de geest uit de fles is, kunnen we de ontwikkeling van AI praktisch niet meer stoppen. De gevolgen dus ook niet. Maar we kunnen daar wel op inspelen en bewust zijn van de manier waarop we ons het beste tot deze nieuwe technologie kunnen verhouden. Door te focussen op onze krachten als mens, kunnen we ook onze eigen rol in een samenleving met AI waarborgen.

  • Integraal en kritisch denken – In onze complexe realiteit is het moeilijk te doorgronden hoe zaken nou daadwerkelijk in elkaar zitten en hoe de ’VUCA-wereld’ zorgt voor ‘wicked problems’ (VUCA staat voor volatility, uncertainty, complexity, en ambiguity en betekent zoveel als ‘de grote boze buitenwereld’). Systematische problemen aanpakken of het kritisch spiegelen van een oplossing met de werkelijkheid is iets waar begrip van de wereld voor nodig is. Dus dat kunnen we (voorlopig) niet aan kunstmatige intelligentie kunnen overlaten.
  • Empathie en menselijkheid – Ons vermogen voor beleving maakt onze empathische vaardigheden cruciaal. Natuurlijk voor de samenwerking met collega’s. Maar nog meer voor het maken van besluiten, waarin belangen juist zijn afgewogen. Producten of diensten ontwikkelen, die écht aansluiten. Of gevoelige kwesties op een passende manier aanpakken.
  • Authenticiteit en creativiteit – De unieke karaktereigenschappen en ervaringen schapen de mens. En onze perceptie van de werkelijkheid beïnvloedt onze creatieve processen. Hiermee geven we betekenis aan onszelf en aan dat wat we bedenken. Hoewel het duidelijk is dat hedendaagse AI ook zeker creatieve vaardigheden bezit, is het juist deze betekenis die onze menselijke authenticiteit en creativiteit onderscheidt.
  • Flexibiliteit en aanpassingsvermogen – In een snel veranderende arbeidsmarkt is het essentieel om veerkrachtig te zijn. Door je snel aan te kunnen passen aan wijzigende omstandigheden of vernieuwde vragen naar arbeid, verzeker je dat je verschillende rollen kunt vervullen in een geautomatiseerde wereld.
  • AI-kennis en digitale affiniteit – In een wereld vol AI is het vanzelfsprekend enorm waardevol om te weten hoe zulke systemen nou daadwerkelijk werken. Vrijwel iedere sector (met enkel uitzondering voor agricultuur, bosbouw en visserij) heeft een toenemende behoefte voor AI-gerelateerde vaardigheden. En nu al deze skills opdoen geeft je gelijk een voorsprong wanneer er compleet nieuwe banen voortkomen uit deze nieuwe technologie.

 

Een voorbereid mens..

Dat kunstmatige intelligentie invloed gaat hebben op onze samenleving en dus ook ons werk is duidelijk. Of er netto banen zullen verdwijnen of juist bijkomen, is lastig te voorspellen. Echter, ook in een toekomst vol AI blijft onze rol als mens waardevol door te reflecteren op onze unieke krachten. Want nieuwe AI-collega of niet, ook hier geldt: een voorbereid mens telt voor twee.