Design thinking creëert nieuwe denkkaders bij transities

Een meubelmaker maakt stoelen waar je comfortabel op kunt zitten. En een tv-fabrikant zal zorgen dat je de beste kijkervaring hebt tijdens een spannende film. Door in te leven in de gebruiker, te testen en te optimaliseren kom je uiteindelijk tot een product dat voldoet aan de behoefte van je doelgroep. Deze werkwijze heet design thinking. Je volgt een reeks stappen waarbij je steeds probeert om tot innovatieve en creatieve oplossingen te komen.
Design thinking leent zich perfect voor complexe vraagstukken zoals transities of organisatieverandering. Door als strateeg de bril van een ontwerper op te zetten, bekijk je een transitie vanuit de menselijke behoefte. Design thinking ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw vanuit het traditionele productontwerp waarbij experimenteren en inspelen op de waarden en drijfveren van mensen centraal staat.
Nieuwe benaderingen voor de probleemsituatie
Modellen worden doorontwikkeld en dat is maar goed ook, want hedendaagse vraagstukken vragen om hedendaagse methodes. Prof. dr. Kees Dorst is grondlegger van de design thinking methodologie ‘Frame Innovation’ (2015). Zijn methode kwam tot stand door gedetailleerd onderzoek naar de ontwerppraktijken van zo’n 140 ontwerpers. De belangrijkste nuance of aanvulling op de ‘klassieke’ design thinking methode is dat Dorst zich niet richt op het genereren van oplossingen maar op het vermogen om nieuwe benaderingen te creëren voor de probleemsituatie zelf. Of, zoals Albert Einstein het ooit zei:
“Als ik één uur had om de wereld te redden, zou ik 55 minuten besteden aan het definiëren van het probleem en 5 minuten aan het vinden van de oplossing.”
Frame creation uitgelegd
Bij frame creation doorloopt je 9 stappen om de waarden en drijfveren van je doelgroep te doorgronden. Door alternatieve frames te bedenken daag je bestaande denkpatronen uit. De methode geeft je de vrijheid om out of the box te denken en zorgt voor een frisse kijk op het probleem. Je komt daarmee tot oplossingen die je zonder die nieuwe definitie wellicht niet had bedacht.
- 1 Archeologie – Hoe is het probleem ontstaan?
In deze stap zet je gedegen onderzoek in om het probleemgebied grondig te verkennen en te begrijpen. Hoe is het probleem ontstaan? Welke aspecten zijn relevant en verdienen aandacht? Wat is onderbelicht en wat weten we nog niet?
- 2 Paradox – Het probleem analyseren, wat maakt het moeilijk?
Deze stap draait om het identificeren en verkennen van tegenstrijdigheden in het probleemgebied. Welke factoren houden het probleem in stand? Zijn er belangen die elkaar in de weg zitten? Is er sprake van vastgeroeste denkpatronen?
- 3 Context – Wat is belangrijk voor de huidige belanghebbenden?
In deze stap zorg je dat je de belanghebbenden en betrokken stakeholders duidelijk in beeld krijgt. Wat is voor hen belangrijk? Kijk naar factoren of invloeden van economische, sociale, culturele, technologische, politieke of ecologische aard afhankelijk van het probleem. Heb oog voor trends en ontwikkelingen.
- 4 Veld – Welke mensen zouden er nog meer betrokken kunnen zijn en wat is voor hun belangrijk?
Deze stap draait om veldonderzoek en is echt bedoeld om kwalitatieve gegevens te verzamelen. Dit doe je door middel van het observeren van interacties, afnemen van interviews of door zelf te participeren. Probeer hierbij verschillende perspectieven te verkennen.
- 5 Thema’s – Wat zijn de diepe waarden en drijfveren van alle belanghebbenden en eventuele betrokkenen?
Deze stap is het hart van deze methode. Hier ga je aan de slag met het analyseren en identificeren van waarden en drijfveren. Het is de bedoeling dat je de verzamelde informatie categoriseert en organiseert. Herken patronen en probeer de complexe informatie te vereenvoudigen tot een duidelijk begrip van de belangrijkste problemen en kansen. Breng ook in kaart hoe de verschillende categorieën verband houden met de bredere context van het probleem.
- 6 Frames – Creëer kaders door te identificeren hoe er naar deze thema’s kan worden gehandeld.
In deze stap daag je bestaande denkpatronen uit door alternatieve frames te bedenken die afwijken van de dominante manier van denken over het probleem. Denk out of the box. Verken en experimenteer met nieuwe concepten, modellen of narratieven die een frisse kijk bieden op het probleem. Denk hierbij aan metaforen of principes.
- 7 Toekomsten – Wat zijn nieuwe en interessante mogelijke oplossingen?
In deze stap gaat het erom toekomstige scenario’s te verkennen op basis van de gecreëerde frames. Anticipeer op mogelijke uitdagingen en kansen die zich kunnen voordoen en ontwikkel (adaptieve) strategieën die kunnen inspelen op toekomstige behoeftes of gewenste vaardigheden.
- 8 Transformaties – Welke veranderingen zijn nodig om deze eventuele oplossingen mogelijk te maken?
In deze stap ga je over op concrete acties en veranderingen. Je formuleert een tijdlijn, stappen, verantwoordelijkheden en middelen die nodig zijn voor de implementatie van het nieuwe frame. Het is hierbij belangrijk dat je belanghebbenden betrekt om draagvlak te creëren en input te krijgen. In deze fase blijf je goed monitoren en bijsturen waar nodig.
- 9 Integratie – Welke lessen trekken we uit deze nieuwe aanpak en welke nieuwe kansen ontstaan er?
In de laatste stap gaat het erom de inzichten en resultaten van het frame creation proces te verankeren in de breedste context. Dat kan betekenen dat er zaken worden vastgelegd in beleid of procedures, of dat je ondersteuning blijft geven door middel van trainingen. Ook het blijven bevragen en betrekken van stakeholders en iets doen met hun feedback is essentieel in deze laatste stap.
Tot slot
Frame creation geeft je het vermogen om problemen opnieuw te interpreteren en te herformuleren op een creatieve manier. Door traditionele denkkaders te doorbreken, kun je komen tot nieuwe en verrassende oplossingen met de menselijke behoefte als uitgangspunt. Dit is niet alleen cruciaal voor ontwerpers, maar vooral ook voor organisaties die niet ontkomen aan de grote transities.








