Het Model

Het COM-B model laat zien dat gedrag alleen tot stand komt als mensen de Bekwaamheid (Capability), de Gelegenheid (Opportunity) én de Motivatie (Motivation) hebben om het gewenste gedrag te vertonen. Deze drie elementen vormen samen de voorwaarden voor gedrag (Behaviour).

 

Bekwaamheid (Capability)

Heeft iemand de kennis en vaardigheden om het gewenste gedrag uit te voeren? Bekwaamheid bij gedragsverandering betekent dat mensen weten wat ze moeten doen om gedrag te vertonen en ze begrijpen hoe ze dat moeten doen.  Zonder voldoende kennis of vaardigheden kunnen mensen wel willen veranderen, maar niet weten hoe. Denk aan medewerkers die nieuwe veiligheidsregels willen naleven, maar niet precies weten hoe ze dat moeten doen. Of inwoners die hun energieverbruik willen verminderen, maar niet weten welke stappen ze kunnen ondernemen om dat te bereiken.

 

Gelegenheid (Opportunity)

Bieden de fysieke én sociale omgeving de mogelijkheid en stimulans om het gewenste gedrag te vertonen? De fysieke omgeving omvat alles wat het praktisch mogelijk maakt voor mensen om bepaald gedrag te vertonen. De sociale omgeving verwijst naar de invloed van mensen en cultuur: normen, verwachtingen, voorbeelden en steun van anderen. Zo kunnen collega’s gewenst gedrag stimuleren, rolmodellen het goede voorbeeld geven of kan er een cultuur gecreëerd worden waarin de omgeving gewenst gedrag waardeert en beloont. Een sociale context waarin gewenst gedrag wordt aangemoedigd of als normaal wordt gezien, vergroot de kans dat mensen dit gedrag ook gaan vertonen.

 

Motivatie (Motivation)

Heeft iemand de drijfveer of motivatie om het gedrag daadwerkelijk uit te voeren, ook als dat moeite kost? Reflectieve motivatie is de bewuste, rationele kant van motivatie: het plannen, afwegen en nemen van besluiten op basis van overtuigingen, waarden en intenties. Mensen kunnen bijvoorbeeld bewust de beslissing nemen om gezonder te eten of veiliger te werken, omdat ze de voordelen daarvan inzien of het belangrijk vinden om het goede voorbeeld te geven aan hun omgeving.  Automatische motivatie daarentegen ontstaat vanuit gewoonten, emoties en impulsen en bepaalt hoe mensen spontaan handelen in het moment. Het gaat hierbij om routinegedrag, een emotionele reactie of om te blijven doen wat vertrouwd voelt. Zo kan iemand weten dat een nieuwe werkwijze beter is, maar uit gewoonte terugvallen in oud gedrag. Of iemand kan een duurzame keuze belangrijk vinden, maar uit gemak een andere optie kiezen.

Wanneer één van deze drie elementen ontbreekt, is gedragsverandering moeilijk of zelfs onmogelijk.

 

Helder kader

Het COM-B model helpt professionals te begrijpen waarom mensen bepaald gedrag wel of niet vertonen en welke factoren gedragsverandering beïnvloeden. Het biedt een helder kader dat complex gedrag terugbrengt tot drie voorwaarden: bekwaamheid, gelegenheid en motivatie. Door die eenvoud is het model breed inzetbaar: van beleid en maatschappelijke vraagstukken tot organisatieverandering, interne communicatie en gedragsgerichte campagnes. Het vormt een stevig vertrekpunt voor het ontwikkelen van strategieën en interventies die het gewenste gedrag stimuleren.