Inside-out positioneren met het MDC-model van Riezebos & van der Grinten

Van merk, doelgroep en concurrentie naar positionering

Het MDC-model is een aanvliegroute om te komen tot de positionering van een organisatie, product of dienst. Het model is ontwikkeld door Rik Riezebos en Jaap van der Grinten (2012). Zij stellen dat een strategische positionering voortkomt uit drie pijlers, die gezamenlijk ook de naam van het model vormen: Merk, Doelgroep en Concurrentie.

 merk, doelgroep en concurrentie

In het model wordt gesteld dat weloverwogen keuzes over het merk (en de identiteit) het vertrekpunt zijn van de positionering. Door deze keuzes relevant te maken voor de doelgroep en juist te categoriseren in verhouding tot de concurrentie, kunnen organisaties zich positioneren.

 

Merk (identiteit)

In de eerste pijler, het ‘Merk’, staat de identiteit van het merk centraal. Bij organisaties, bij corporate brands, gaat het hierbij om de organisatie-identiteit. Hierbij spelen elementen als de visie en missie, cultuur, historie en waarden een rol. Wanneer het om een product of dienst (ofwel product brand) gaat, wordt de organisatie-identiteit nog aangevuld met de identiteit van het product of de dienst zelf.

 

Doelgroep (relevantie)

Vervolgens is het van belang dat het merk aansluit op de ‘Doelgroep’. De basis ligt in deze pijler bij de keuze van doelgroep, waarop het merk zich richt. Een goede positionering weet de identiteit van de organisatie, het product of de dienst te verbinden aan relevantie voor de gekozen doelgroep. De doel­groep is dan geneigd zich te willen verbinden aan het merk.

 

Concurrenten (categorisatie)

De laatste pijler is gericht op de verhouding met de ´Concurrentie’. Hierin brengt de organisatie in kaart waar het merk gelijk is aan concurrenten (‘Points of Parity’) en waar het merk afwijkt van concurrenten (‘Points of Difference’). Organisaties streven hierbij vooral onderscheidenheid (differentiatie) na ten opzichte van andere merken. Te veel onderscheid kan echter een afstand creëren tot gewenste merkassociaties. Daarom wordt in deze pijler gesproken over ‘categorisatie’ in plaats van ‘differentiatie’.

 

Praktische toepasbaarheid van het MDC-model

Riezebos en Van der Grinten stellen dat een positionering richting geeft aan drie factoren: de manifestatie, communicatie en visualisatie. Door consistent te sturen op deze elementen, wordt de positionering (die met het MDC-model is bepaald) geborgd in de operationele praktijk van de organisatie. Hiermee sluiten Riezebos en Van der Grinten aan op bekende reeks ‘gedrag, communicatie en symboliek’ uit het Corporate Image & Corporate Image-model van Birkigt en Stadler (1986).

Het MDC-model vertrekt vanuit de identiteit en het merk. Daarmee is het voornamelijk geschikt voor organisaties en merken die een inside-out benadering kiezen. Hiermee verschilt het van bijvoorbeeld de brand key’, dat juist een outside-in benadering als insteek neemt.

Daarnaast is de insteek van het MDC-model te vergelijken met het ‘Strategic Sweet Spot’-model van Collis en Rukstad (2008). Het primaire verschil tussen de modellen is dat het MDC-model gericht is op de positionering van merken (corporate brands en product brands), waar het ‘Strategic Sweet Spot’-model gericht is op het concretiseren van organisatiestrategie.

Op onze website vindt u meer over positioneren.

Download het MDC-model van Riezebos & van der Grinten

Het MDC-model biedt een laagdrempelig handvat voor organisaties om te komen tot een inside-out positionering van het merk.

Bestand downloaden

Interessante berichten over dit model