
De uitdagingen in de ouderenzorg integraal te lijf

De meest directe aanleiding voor dit vraagstuk is de enorme toename van het aantal ouderen. Dit zorgt logischerwijs voor een stijgende vraag naar zorg. Waren er 10 jaar geleden nog 2,7 miljoen 65-plussers, in 2041 zijn dat er 4,7 miljoen. Van deze mensen (65 jaar en ouder) heeft 70 procent een chronische ziekte. Van de mensen van 75 jaar en ouder heeft de helft zelfs meer dan één chronische ziekte. Het aantal kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen neemt de komende jaren dus fors toe. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen en hebben vaak complexere zorg nodig. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de zorg aan huis en in de wijk. Maar ook voor het aantal benodigde verpleeghuisplaatsen: dat zal moeten verdubbelen tot 261.000 in 2040. Dit maakt het niet alleen een woon-zorgvraagstuk, maar ook een vastgoedvraagstuk.
Zorgkloof
Er is dus meer zorg te bieden, maar er zijn minder beschikbare ‘handen’. Er zijn al personeelstekorten, met name onder verzorgenden en verpleegkundigen. Er is sprake van vergrijzing onder zorgprofessionals. En de instroom van jonge zorgprofessionals is onvoldoende om de uitstroom te compenseren, laat staan om de gewenste opschaling mogelijk te maken. Het aantal ouderenzorg-banen zou evenredig moeten meegroeien. Het moet zelfs verdubbelen naar 700.000 medewerkers in 2040 om ook in de toekomst zorg te kunnen bieden aan het toenemende aantal 65-plussers.Dit terwijl er vanaf 2025 sprake is van een licht krimpende beroepsbevolking. Deze zogenoemde zorgkloof legt extra druk op de professionele zorg. Een extra belemmerende factor bij de werving is het (onterechte) negatieve imago van het werken in de thuis- en ouderenzorg. Of zoals Bernadet Naber van branchevereniging ActiZ het plastisch omschrijft:
“Gechargeerd gezegd denken veel jonge mensen die net van school komen dat ze alleen maar billen moeten wassen wanneer ze voor de ouderenzorg kiezen.”
Veranderende kijk op zorg
Tegelijkertijd zien we dat de wensen en voorkeuren van ouderen veranderen. Zij hebben andere verwachtingen, eisen en behoeften op het gebied van wonen en leven. Onze toekomstige ouderen willen vitaal oud worden, in beweging blijven en zelf de regie houden. Zij staan centraal en vormen het uitgangspunt voor een zorgsysteem dat hen dynamisch ondersteunt. Een systeem waarin de nadruk meer ligt op positieve gezondheid, gezond leven en het behoud van vitaliteit. Met veel oog voor preventie om gezondheid te behouden en te versterken en ziekte te voorkomen. Zorginnovatie en -technologie kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Dat gaat hand in hand met kwalitatieve, afgestemde communicatie én digitale vaardigheden van zowel zorgprofessionals als bewoners.
Aan de andere kant zijn de opvattingen over de ouderenzorg ook veranderd. Dat vraagt dat men anders moet gaan denken en werken. Zo spreken we niet meer over het behandelen van ziekten, maar over het stimuleren van gezondheid. En gaan we van het ‘beheersen van kosten’ over tot het ‘optimaliseren van waarde’. Spreken we niet meer van werken conform protocollen, maar op basis van vakmanschap. Zorg wordt niet meer perse fysiek op locatie geleverd, maar op de juiste plek. En dat kan soms best digitaal zijn. Dat vraagt dat men anders moet gaan werken en dat brengt een communicatieve en veranderkundige opgave met zich mee. Intern en extern.
Vastgoedopgave
Er ligt een aanzienlijke opgave voor zorgaanbieders en hun partners (corporaties, gemeenten, partners in de zorgketen) om ouderen met een zorgbehoefte een woning te bieden. ActiZ, Aedes, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de ministeries van BZK en VWS hebben afgesproken om meer dan honderdduizend extra woningen te realiseren voor ouderen. Doel is om in ieder geval 60.000 extra woningen voor ouderen en 25.000 extra verpleegzorgplekken te creëren in de komende vijf jaar.
Er is niet alleen vraag naar nieuwe woningen en woonvormen, ook voldoet de bestaande vastgoedportefeuille niet altijd aan de wensen van toekomstige bewoners en normen op onder andere het vlak van duurzaamheid, brandveiligheid en woonwensen. Niet alleen gaat de schop in de grond voor nieuwbouw, ook bestaande woningen zullen verbouwd gaan worden. Deze transformatie heeft grote impact op (toekomstige) bewoners en hun directe omgeving, maar ook op de fysieke leefomgeving (en voorzieningen van) van stads- en dorpskernen. Dit vraagt dus het nodige op het vlak van participatie, omgevingsmanagement en -communicatie.
Zeeuws Vlaanderen als koploper
De demografische opbouw van Zeeuws-Vlaanderen maakt dat ZorgSaam in deze regio eerder en in sterkere mate te maken krijgt met de hierboven geschetste ontwikkelingen. Niet alleen vergrijst de regio sterker dan de rest van het land – met een eerder toenemende zorgvraag én een verhoogde uitstroom van zorgpersoneel tot gevolg – ook speelt hier het issue van ontgroening (jongeren die wegtrekken) meer dan elders in het land. Daarnaast heeft Zeeuws-Vlaanderen relatief grote reisafstanden, wat uitdagend is met twaalf zorglocaties verdeeld over de regio. Dit maakt dat Zorgsaam de ‘sense of urgency’ voelt om op zoek te gaan naar inventieve oplossingen om de hoogstaande kwaliteit van zorg in stand te houden. En om de toegankelijkheid op lange termijn te behouden.
Samen kom je verder
Om het hoofd te bieden aan de hierboven geschetste uitdagingen nam ZorgSaam BOOM in de arm als partner bij de ontwikkeling van het Programma Samen Prettig Wonen. Vroeg in de samenwerking ontstonden er drie kerninzichten:
- Dit gaat over méér dan thuis- en ouderenzorg;
- Dit is een brede maatschappelijke opgave voor heel Zeeuws-Vlaanderen;
- Dit kunnen we niet alleen.
De complete regio staat namelijk aan het begin van een duurzame transformatie van de leefbaarheid van haar stads- en dorpskernen. En binnen deze transformatie vormen de toekomst van ouderenzorg, de transformatie van vastgoed, anders werken en veranderende woonbehoeften en services de kern. Deze pijlers staan aan de basis van het programma, dat zich kenmerkt door haar integrale benadering en het participatieve karakter. Dit gebeurt op meerdere vlakken. Met diverse partners zoals woningcorporaties, gemeenten en ketenpartners binnen de zorg wordt rondom verschillende projecten reeds samengewerkt binnen strategische allianties. Daarbij is het adagium ‘samen kom je verder’. Bij de hechte, langdurige, voor alle partijen nuttige samenwerkingen worden diensten, kennis, capaciteit en innovatie met elkaar gedeeld. Doel is het verstevigen van de positie van alle samenwerkingspartners en daarmee een verbetering en behoud van het zorgaanbod aan cliënten, bewoners en patiënten. Deze strategische samenwerkingen vragen – vooral rondom de planlocaties – om een goede communicatieve basisaanpak én structurele communicatieve ondersteuning.

