
Van duurzaam willen naar duurzaam doen


Met hun ‘Reasoned Action Approach’ stelden Ajzen en Fishbein in 2011 al dat ‘controleovertuigingen’ een cruciale rol spelen in het vertonen van gepland gedrag. Die controleovertuigingen gaan over de mate waarin iemand gelooft gedrag te kunnen vertonen. Dat draait enerzijds om persoonsgebonden factoren als zelfvertrouwen, vaardigheden en angsten. Anderzijds spelen omgevingsfactoren een rol. Zoals voldoende tijd krijgen, of de hulp in kunnen schakelen van collega’s. Controleovertuigingen hebben direct invloed op de mate waarin iemand denkt iets te kunnen. Precies dát geloof moet aanwezig zijn, als medewerkers worden aangespoord om duurzamer te zijn. Ook een ander – op Ajzen en Fishbein’s theorie gebaseerd – model onderschrijft dat. Het DINAMO-model laat zien dat veranderbereidheid voor een belangrijk deel bepaald wordt door praktische vragen als ‘Heb ik hier wel voldoende kennis van?’, ‘Vindt mijn leidinggevende het goed als ik hier veel tijd aan besteedt?’ of ‘Komt mijn deadline in gevaar als ik het anders ga aanpakken dan ik gewend ben?’.
Als het een organisatie menens is met verduurzamen, is nadrukkelijke aandacht voor de praktische kant van de bedrijfsvoering dus belangrijk. Waar lopen medewerkers in hun werk eigenlijk allemaal tegenaan als ze duurzame stappen (moeten of willen) zetten? En hoe is dat op te lossen? Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor teamleiders of middenmanagers. Zij kunnen het er met hun teams over hebben en hen hierin faciliteren. Zodat er concrete stappen in de juiste richting gezet kunnen worden en de eigen ‘controleovertuiging’ van medewerkers groeit.
Door te stellen ‘Wat we doen, doen we duurzaam’, is duurzaam werken een uitgangspunt geworden. Dat vraagt van medewerkers andere manieren van denken en handelen.
Duurzaam werken bij Rijkswaterstaat
Op een soortgelijke manier hebben we samen met Rijkswaterstaat Zee en Delta invulling gegeven aan hun programma ‘Duurzaamheid en Leefomgeving’, waarmee Rijkswaterstaat in 2030 energieneutraal en circulair werkend wil zijn. Een enorme opgave die veel impact heeft, omdat duurzaamheid voortaan veel aandacht krijgt bij het bouwen en onderhouden van alle waterkeringen, sluizen, tunnels, viaducten en (vaar)wegen waar Rijkswaterstaat voor verantwoordelijk is. Door te stellen ‘Wat we doen, doen we duurzaam’, is duurzaam werken een uitgangspunt geworden. Dat vraagt van medewerkers andere manieren van denken en handelen. Door andere en hogere eisen te stellen aan leveranciers van bouw- en onderhoudswerkzaamheden bijvoorbeeld, waardoor er gebruik wordt gemaakt van nieuwe technieken en duurzamere materialen. Zo kan het vernieuwen van vangrails op rijkswegen anders: niet door oude te vervangen door nieuwe, maar door de oude te recyclen.

Zo zijn er tal van mogelijkheden voor verduurzaming. Het is vooral zaak de kansen te verzilveren. Onze aanpak richtte zich daarom op de al aanwezige intrinsieke motivatie van professionals bij Rijkswaterstaat en het stimuleren van hun (eigen) handelingsperspectief. We ontwikkelden voor teammanagers een toolbox vol werkvormen, zodat zij met hun eigen teams kunnen nagaan welke stappen zij zelf kunnen zetten, wat daarbij komt kijken en hoe zij dat voor elkaar kunnen krijgen. Verder brachten we een groep enthousiaste ‘duurzame koplopers’ bij elkaar met onder meer speeddates en het delen van best practices. Het is deze groep koplopers die anderen met raad en daad terzijde kan staan op ieders eigen route naar duurzamer werken.
Denken in mogelijkheden
Ook ontwikkelden we een werkvorm ‘Denken in mogelijkheden’ voor het samen met collega’s verkennen van een concreet duurzaam vraagstuk. Met uitdagende vragen sporen we medewerkers hiermee aan om buiten de gebaande paden te denken en tot concrete acties te komen. Met succes: de medewerkers die met deze werkvorm aan de slag gingen, deden nieuwe inzichten op kwamen tot andere oplossingsrichtingen.
We maakten gebruik van principes van appreciative inquiry; aandacht geven aan wat er goed gaat en waarvan iedereen graag meer wil.
Goede voorbeelden laten zien
Om te laten zien dat duurzaam werken binnen ieders bereik ligt, creëerden we video’s met goede voorbeelden van duurzame initiatieven binnen Rijkswaterstaat. Die zijn er namelijk al volop. Naast dat dit inhaakt op de controleovertuiging van medewerkers (Reasoned Action Approach van Ajzen en Fishbein) maakten we hierbij gebruik van principes van appreciative inquiry; aandacht geven aan wat er goed gaat en waarvan iedereen graag meer wil. Met dit principe in het achterhoofd lanceerden we ook een mini-campagne ‘Duurzaam werken, zo doen wij dat’, onder meer met stickers op de toiletspiegels, waarmee we medewerkers lieten zien hoe zij van betekenis kunnen zijn door zelf een klein stapje te zetten.
Uit de meting onder medewerkers die we een jaar na de start hielden bleek dat 93,2% van de respondenten een positieve houding ten opzichte van duurzaam werken rapporteerde en 92% aangaf gemotiveerd te zijn om hiermee aan de slag te gaan. De lichten staan bij Rijkswaterstaat Zee en Delta dus op groen om voortvarend verder te bouwen aan een duurzame bedrijfsvoering.


